Waarom ik tegen de Europese Grondwet heb gestemd |
|---|
I.
(de Volkskrant, maart 2007)
Europa heeft een revolutie nodig. Maar die komt er niet. Europa is te smaakvol en te schitterend ingericht voor een revolutie, er zou in het gewoel te veel sneuvelen: standbeelden, antiek, instituties, voetenbankjes, geschiedenislessen, koffietafeltjes, de hele porceleinkast. We kunnen het ons niet permitteren.
De Europese Grondwet had zo’n revolutie kunnen vervangen. Maar die deed dat niet. Met een grondwet had het volk grip kunnen krijgen op de macht in Europa. Een feestelijk soort grip: na vijftig jaar werken aan een democratische structuur zou een grondwet de bezegeling kunnen zijn van de rechtstatelijkheid in Europa. Iets minder pompeus geformuleerd: met de wet in de hand had het volk aan de autoriteiten kunnen uitleggen dat hun macht aan regels is gebonden. Een geruststellende gedachte, die revolutie onnodig maakt.
Vreemd genoeg is dat feest van de rechtstatelijkheid mislukt. Het was vooral slecht georganiseerd en is languit in het water gevallen - wat rest is een nat pak en een chagerijnige stemming. En dat terwijl de meeste Nederlanders toch zoveel zin hadden in Europa. Anders dan al die schaapachtige volkeren om ons heen hebben wij het project van de grondwet zelfs zo serieus genomen dat we de tekst hebben teruggestuurd voor herziening. Driewerf hoera voor de democratie, zou je zeggen. Alle reden om het feest nog eens – en beter – over te doen.
Is dit een overdreven blijmoedige analyse ? Dat valt wel mee, het Bureau van het Europees Parlement lijkt het ermee eens. Het formuleert de kwestie op zijn website Europa.nu zo. ‘Uit een aantal Europese en nationale onderzoeken is gebleken dat, althans in Nederland, een groot aantal burgers niet tegen de voorstellen uit de Grondwet zelf is. Zij zijn boos omdat ze zich bij heel veel Europese zaken niet betrokken voelen. Zij willen via politieke debatten meer informatie krijgen over de problemen die op Europees vlak spelen.’
Het Bureau dramt nog even democratisch door. ‘Ze willen daar hun bijdragen aan kunnen leveren. Het moet daarom afgelopen zijn met het doodzwijgen door de verantwoordelijke politici van afspraken die op Europees vlak worden gemaakt.’ En dan rondt het Bureau onparlementair af: ‘Het zal de burger een zorg zijn hoe beslissingen tot stand komen, als ze er maar inhoudelijk bij betrokken worden en het karakter van de besluitvorming voldoende democratisch is.’
Nou, kijk eens aan, kat in ’t bakkie. Zorg voor een Europa met een voldoende democratisch gehalte en maak een grondwet die Europa in het gareel houdt – en alle burgers voelen zich voldoende betrokken bij het project om met liefde in de toekomst hun bijdrage te leveren. Bekijk je het zo, dan is het wel bijzonder vreemd dat de nieuwe Nederlandse regering geen tweede referendum wil over de grondwet. Want als Nederlanders meer van Europa gaan houden naarmate ze er meer bij betrokken worden, is het niet echt handig om ze minder betrokken te maken.
Toch is dat wat er gebeurt. De beslissing over de Europese toekomst wordt op het moment door alle instanties besmuikt bij de burger vandaan gehaald. De slimste manier om dit aan te pakken is door de ernst van de situatie af te zwakken en te doen alsof een grondwet bij nader inzien niet echt belangrijk is. Alsof Europa hooguit een paar verdragen nodig heeft om zich te kunnen bemoeien met zo’n beetje alle belangrijke beleidsterreinen, van energie en de interne markt tot aan terrorismebestrijding en landbouw.
Het Bureau van het Europees Parlement laat zien dat Nederland inderdaad gaandeweg deze positie heeft ingenomen. ‘De nieuwe Nederlandse regering zal verder met voorstellen moeten komen tijdens de Europese top van juni dit jaar in Brussel. Daaruit moet blijken welke onderdelen uit de Grondwet Nederland wel aanvaardbaar vindt en welke niet. Minister Bot van Buitenlandse Zaken zegt dat hij de voorstellen al klaar heeft.
Eerder, in één van de weinige discussiebijdragen hierover, zei Bot op 9 november 2006 dat het ´zonder meer fout is om het nieuwe verdrag ´Grondwet´ te noemen´. Onderdelen zoals een Europese vlag kunnen worden geschrapt. Ook het bestaande Handvest van fundamentele rechten van de Europese Unie is overbodig, omdat het ´op zichzelf niet fundamenteel is voor het functioneren van de EU´, aldus Bot.’
Dit is zonder meer een slim plan. Noem het verdrag niet langer een grondwet en je hebt de burger verder niet nodig voor steunbetuiging en papieren revolutie. Er ontstond niettemin een complicatie toen begin februari, vlak voor het aantreden van de nieuwe Nederlandse regering, Manuel Barroso naar Nederland kwam. De voorzitter van de Europese Commissie legde nog maar eens uit wat een grondwet is en waarvoor je hem nodig hebt. En deze les stond jammer genoeg haaks op het slimme plan van Bot.
Nrc Next citeerde Barroso zo. ‘Ik heb geen moeite met het woord grondwet. In sommige landen is de Grondwet gepresenteerd als centralisatie. Maar het is precies het omgekeerde. Iedereen die iets van geschiedenis weet, weet ook dat in Europa het idee van een grondwet altijd is geweest: het beperken van de soevereine macht. Het is bijna het equivalent van democratie. Ik weet dus niet was er mis is met dat woord. Maar als dat problemen oplevert, laten we die dan oplossen.’
Uit deze woorden van Barroso kon je niets anders concluderen dan dat Europa een grondwet hard nodig heeft. Beperking van soevereine macht, equivalent van democratie – als we die grondwet nu niet krijgen, wanneer krijgen we hem dan wel? Het is duidelijk dat de politici in Europa al die verwarring over het woord grondwet maar eens moeten oplossen. Je kunt je moeilijk voorstellen dat in 1776 lang gesteggeld is over het woord Onafhankelijkheidsverklaring – ‘dan noemen we het toch geen Onafhankelijkheidsverklaring?’ – waarom zitten wij dan met een grondwet die geen grondwet is?
II
(de Volkskrant, juni 2007)
We worden geregeerd door clichés. De clichés die we zelf de wereld in helpen. Iemand zegt wat, een ander herhaalt het, een derde neemt het over en de vierde weet niet beter of het is altijd al waar geweest.
Zo is Nederland sinds kort ‘aangeharkt’. Je kunt niet meer met goed fatsoen over Nederland spreken zonder er een beetje meesmuilend aan toe te voegen dat het land zo… zo wat?...ja, zo aangeharkt is. Nederland is aangeharkt. Iedereen weet dat. Maar gelukkig, lees ik steeds, bestaan er clubs als Natuurmonumenten die her en der nog wat kleine stukjes van Nederland beschermen. Die stukjes, zo wordt daar onveranderlijk bij gezegd, hebben de grootte van een ‘postzegel’. Nederland is aangeharkt, behalve godzijdank een postzegel hier en daar.
Wel, kom maar eens achter de schrijftafel vandaan, loop een tijdje rond en zie zelf dat de bossen in Nederland erbij liggen alsof er zojuist een burgeroorlog heeft gewoed. Dat de weilanden door al die natuurbeschermers onder water worden gezet, dat langgekoesterde landschappen worden teruggegeven aan de natuur, dat het platteland een woekering wordt van onkruid, dode bomen, scheefgezakte bossen, drassige velden, onderhoudsarme rommel en rotzooi. Nederland aangeharkt? Was het maar waar.
En nu is er natuurlijk ook die andere, onomstotelijke waarheid over Nederland. Dat het Nederlandse volk ‘tegen Europa’ is. Het Nederlandse volk heet koppig tegen Europa te zijn en wel op basis van volslagen onkunde, ongeinformeerdheid en lage onderbuikgevoelens; het Nederlandse volk is dan ook vooral tegen de Europese vlag. Je kunt geen commentaar opslaan en geen debat horen inleiden of deze onomstotelijke waarheid komt voorbij. Nederland is tegen Europa.
Gek genoeg weet iedereen wel dat het niet waar is. Twee dagen na het referendum van 1 juni 2005 liet het radioprogramma Stand.nl zijn luisteraars reageren op de stelling ‘Nederland heeft tegen Europa gestemd’. De stelling werd door 78% van de luisteraars verworpen. En later bleek uit onderzoek van het burgerinitiatief Europadebat dat slechts vijf procent van de tegenstemmers tegen Europese integratie – ‘tegen Europa’ - is. Vijf procent van de tegenstemmers, dat is nog geen twee procent van de Nederlandse kiezers. Nederland is helemaal niet tegen Europa. Nederland is voor Europa.
Maar dat punt kun je dan nog zo ijverig in de debatten inbrengen, ieder cliché dat tijdelijk van tafel gaat, maakt meteen weer plaats voor een nieuw cliché. Want ook al is Nederland dan voor Europa, toch hebben de Nederlandse burgers tegen ratificatie van de Europese grondwet gestemd. En dat komt dan – hier beginnen de commentatoren steevast schalks te lachen, want ze denken zonder uitzondering dat ze de eerste zijn om je met deze duizelingwekkende analyse volledig van je stuk te brengen – dat komt dan doordat burgers nu eenmaal automatisch nee zeggen zodra je ze een vraag voorlegt.
Dit nieuwe cliché is werkelijk voor iedereen een belediging. Voor de Europese politici; want als dat nee-zeggen inderdaad een vaststaand gegeven is, getuigt het wel van ongelooflijke stompzinnigheid om daar vooraf geen rekening mee te houden. Voor de ter zake deskundige burgers; want hun bedenkingen tegen de grondwetstekst worden daarmee afgedaan als pure balorigheid. Voor de burgers in het algemeen; want hun standpunt wordt ermee weggezet als een standpunt dat niet alleen niet gehoord hoeft te worden, maar zelfs niet vertegenwoordigd.
U merkt het, vandaag lever ik een weinig constructieve bijdrage aan het debat over Europa. De beslissingen zijn al genomen en ik kan me er alleen nog maar over verbazen. Ik verbaas me, bijvoorbeeld, over de bewering van de Nederlandse regering dat de Nederlandse bevolking bezwaar maakt tegen het woord ‘grondwet’. Twee jaar lang praat de regering niet met de burgers over Europa, en dan komt ze met deze conclusie.
Mijn verbazing is vooral zo groot omdat het verzet tegen het woord ‘grondwet’ helemaal niet komt van de tegenstanders van de grondwetstekst. Volgens onderzoeken en enquetes hebben die tegenstanders vooral gevraagd om democratischer besluitvorming in Europa – en een grondwet zit daarbij niet in de weg, integendeel. Voor zover ik het kan overzien is ook geen sprake geweest van bezwaar tegen het woord ‘grondwet’ in de maatschappelijke discussies die door burgers rond de Europese grondwet zijn georganiseerd. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de Nederlandse burgers net als de Europese politici vóór een Europese grondwet zijn.
Het verzet tegen het woord grondwet komt in Nederland van de kant van de voorstemmers. Het komt uit regeringskringen. De term grondwet heeft te veel aandacht getrokken, en dus slikt de Nederlandse regering het woord schielijk in. Vervolgens is het een meesterzet om te doen alsof ze daarbij spreekt namens het Nederlandse volk; althans, dat zou een meesterzet zijn, als het niet zo opzichtig onwaar was. Het Nederlandse volk vraagt om democratische besluitvorming, en wat krijgt het?
Het krijgt een klap in het gezicht. Vraag van een journalist aan de minister-president: ‘Is Frankrijk het met u eens dat het woord grondwet taboe is?’ Minister-president: ‘Ja, absoluut.’ Vraag: ‘Waarom?’ Antwoord: ‘Omdat we toch echt de behoefte hebben iets anders te presenteren aan de bevolking.’ Dit spoelen we nog even terug, en daar komt de boodschap van de minister-president nog een keer: ‘Is Frankrijk het met u eens dat het woord grondwet taboe is?’ ‘Ja, absoluut.’ ‘Waarom?’ ‘Omdat we toch echt de behoefte hebben iets anders te presenteren aan de bevolking.’
Een tijdlang heb ik de discussie over Europa gevolgd en nu is het definitief tot me doorgedrongen: u en ik, die de bevolking van Nederland uitmaken, zijn volslagen idioten in de ogen van onze nationale regering.
© 2005-2012 Marjolijn Februari
| |